


![]() |
|
|
|
Uitleg 3D technieken3D-knippen is een populaire hobby. Je kan er mooie kaarten mee maken al dan niet in combinatie met een andere techniek. Een 3D kaart is een kaart waarop je een plaatje in laagjes maakt (driedimensionaal). Wat je ervoor nodig hebt:
Om te beginnen ga je eerst het plaatje bestuderen. Ga na wat er op het plaatje
"naar voren" komt. Wanneer je een bolpen en een ciseleerpad gebruikt kun je sommige onderdelen van je afbeelding een bolle vorm geven, dit geeft een extra dimensie aan de kaart. Leg het onderdeel op de ciseleerpad en ga voorzichtig wrijvend in rondjes met de pen over het onderdeel. Voor een bol effect moet je dit doen aan de achterkant van het plaatje, doe je dit aan de voorkant dan ontstaat er een holle vorm ( dit is mooi bij bloemhartjes). Plak het eerste plaatje op de kaart. Dan ga je met 3D-kit laagje voor laagje (ik doe dit met een prikker) opplakken zodat alle plaatjes er uiteindelijk mooi op verwerkt zijn. Voor de kleine stukjes, kun je eventueel met een pincet het er beter opleggen. Let er wel op dat de plaatjes mooi recht boven elkaar zitten. Hou wel rekening dat de kaart een tijdje moet drogen. Uiteindelijk kun je de kaart eventueel nog versieren met een figuurschaar, ponsjes of tekststickers. Een Kalender: De algemene techniek gebruiken voor 3d. Een CD kaart: Cd's gebruiken op een kaart geeft een erg leuk effect. Dit kan een hele cd zijn, maar ook een halve of stukjes ervan. Wat je ervoor nodig hebt:
Als je een kaart gaat maken met een hele cd, dan heb je een dubbele vierkante
kaart nodig van minimaal 12 cm - 12 cm. Wil je een halve cd gebruiken, dan zal
hij eerst doormidden moeten. Hiervoor kan je een hobbymesje gebruiken. Neem
een metalen liniaal en snij met het mesje in de CD aan de beschreven kant. Doe
dit een aantal keren. Eventueel ook nog aan de andere kant, je kan in het midden
zien, waar je gesneden hebt. Embossing: Embossing is het maken van reliëf in papier. Wat je ervoor nodig hebt:
Bevestig het embossingstencil aan de goede kant van het papier met zwak klevend plakband. Draai het papier nu om. Er zijn 2 manieren om te embossen, op het gevoel of met een lichtbak/tegen het raam. De eerste manier is het makkelijkst. Volg met de embossingpen de omtrek van het motief. Begin met de dikke penpunt en oefen weinig druk uit. Doe het daarna met de fijne punt met meer druk. Als je alle delen gehad hebt, draai je het papier om en maak je voorzichtig het embossingstencil los. En klaar is je reliëf Schudkaarten Schudkaarten zijn dubbele kaarten met een ruimte ertussen, waarin schudmateriaal zit, zodat je ze kunt "schudden".Wat je ervoor nodig hebt:
Snij in de enkele kaart een geschikt passe-partout. Leg deze op de dubbele kaart en geef daarop aan waar het passe-partout komt. Plak op de aangegeven plaats het plaatje. Snij uit het mica een stuk dat aan iedere kant ongeveer 1 cm groter is dan het passe-partout. Plak dit met dubbelzijdig plakband achter het passe-partout. Plak rondom het plaatje 3D-tape (of styropor). Leg hierin het schudmateriaal, maar niet teveel, want dan zie je het plaatje niet meer. Haal voorzichtig het beschermlaagje van de 3D-tape af, zodat het schudmateriaal niet gaat schuiven en aan de tape gaat vastplakken. Leg de enkele kaart met het venster erop en druk het goed aan. De kaart kan eventueel nog verder versierd worden met stickers, 3D,enz. Borduren op papier Borduren op papier is niet zo heel moeilijk, en de resultaten zijn erg mooi. Ook deze techniek is weer te combineren met andere technieken. Wat je ervoor nodig hebt:
Er zijn heel veel boekjes te verkrijgen over borduren op papier met bijbehorende patronen. Ook zijn er kant en klare pakketjes met patronen en garen. Om te beginnen maak je een kopie van het gewenste patroon. Deze leg je op een enkele kaart op de prikmat. Prik nu het patroon uit, met de prikpen goed rechtop. Ben je klaar, kijk dan eerst of je alle gaatjes wel geprikt hebt, door het tegen het licht te houden. Om te gaan borduren gebruik je een stuk borduurgaren (1 draad) of naaimachinegaren. Ga volgens de beschrijving van het patroon te werk. Om te beginnen plak je je draad aan de achterkant van de kaart vast met een stukje plakband. Doe dit buiten het patroon. Voor het afhechten geldt hetzelfde, ook weer met een stukje plakband aan de achterkant vastplakken. Ben je klaar, dan kan je de enkele kaart met dubbelzijdig plakband op de dubbele kaart plakken. Zo is gelijk de achterkant van je borduurwerk netjes weggewerkt. De kaart kan je verder weer versieren naar eigen inzicht met ponsjes, figuurschaar, tekststickers e.d. Incire Plak de Incire snijmal op de achterkant van het Incire duo-kaartpapier met niet-permanente tape. Snijd de driehoekjes in met het Incire snijmes. Begin bij de punt en werk van hieruit naar de basis. Houd het mesje vast als een
pen. Zorg ervoor dat u goed tot in de puntjes snijd.
Ril aan de bovenzijde van het duo-kaartpapier de basis van de driehoekjes. Bij dubbele driehoekjes alleen de stukjes die omhoog gevouwen moeten worden. Het binnenste driehoekje blijft plat liggen en hoeft dus niet gerild. Draai de kaart om en duw de driehoekjes naar voren met de Incire rilpen. Bij dubbele driehoekjes het binnenste driehoekje niet meeduwen. Draai de kaart met de voorkant naar boven en vouw de driehoekjes over de rillijn naar achteren. Strijk de vouwlijnen nog even goed plat met de Incire rilpen. Kies een figuurtje van een Incire-knipvel en plak deze op de kaart in het Incire-patroon. Voor 3D knipwerk kijk je welke delen je naar voren wilt laten komen en knipt deze 1 of 2 keer extra uit. M.b.v. 3D-lijm of 3D-tape bevestig je de extra laagjes op de juiste plaats op de tekening, zodat deze naar voren komen. Papuela Wat je ervoor nodig hebt:
Bevestig de Papuela snijmal met gemakkelijk verwijderbare tape ( bijv. incire-tape) op de kaart en snijdt de gleufjes in met een geschikt mes.(Het is belangrijk dat de insnijdingen die je maakt voldoende breed zijn zodat de strookjes er goed in passen). Op elk Papuela snijmalletje staan vier pijlen. Snijdt elk gleufje in, in de richting van de pijl en nooit andersom. Als je klaar bent met insnijden haal je het malletje van de kaart. Je kunt nu beginnen met rijgen. Zoek de strookjes uit waarmee je gaat rijgen. (Er zijn diverse pakketjes met Papuela strookjes te verkrijgen). Er is ook een speciale strokensnijder en strokensnijliniaal waarmee je zelf uit dun papier stroken kunt snijden. Voordeel daarvan is dat je eigen kleuren kunt bepalen. Rijg de strookjes in met de speciale Papuela rijgnaald. Knip de strookjes aan de kant die je door de naald doet spits bij over een lengte van 2 cm. zodat de strook goed plat in de naald zit. In de rijgnaald zitten twee openingetjes. Rijg het strookje door de bovenste opening en rijg daarna het uiteinde nog eens door de onderste (op het einde van de naald). Vouw vervolgens het strookje ook terug. Start met rijgen aan de achterkant van de kaart. Steek de rijgnaald van de achterkant naar de voorkant en trek vervolgens voorzichtig het strookje door het gleufje (nooit door 2 gleufjes tegelijk). Doe dit hetzelfde van de voor- naar achterkant. Herhaal dit zo vaak als nodig voor het betreffende patroontje. Laat de strookjes aan het begin en het einde 1/2 cm. oversteken. Plak met plakband of dubbelzijdig klevende plakband vervolgens het begin en het uiteinde van de strookjes vast. Plak ter afwerking een inlegvelletje op de achterkant van de kaart. Je Papuelakaart is dan klaar om verder afgewerkt te worden. (Je kunt de kaart afwerken met allerlei technieken zoals: 3D, kaartborduren, zandschilderen, stofjes, embossing, ponsen en figuurscharen enz.). Spirelli Wat je ervoor nodig hebt:
Zoek een (dubbele) kaart en een spirellikaartje waarvan de kleuren goed bij elkaar passen. Plak het begin van het draadje garen aan de achterkant van het spirellikaartje vast. Begin bij een willekeurig punt het garen om het spirellikaartje te wikkelen van de achterkant naar de voorkant. Sla altijd het zelfde aantal puntjes over. Wikkel steeds schuin over de kaart heen een puntje verder. Hoe groter je de opening op het spirellikaartje wilt hebben, hoe minder puntjes je moet overslaan. Wil je de opening kleiner hebben, sla je natuurlijk meer puntjes over. Plak tenslotte het spirellikaartje op de (dubbele) kaart en versier die verder met plaatjes, stickers of ponsjes. Queree
Wat je ervoor nodig hebt:
Maak eerst van een patroon een kopie en bevestig deze met verwijderbare tape op een kaart. Stans als eerste de figuurtjes uit met behulp van een pons en prik de gaatjes volgens het patroon. Verwijder het papier van je kaart. Ga volgens het patroon over de opening heen rijgen (borduren). Begin met rijgen door de draad aan de achterkant vast te plakken met een klein stukje plakband. En let erop dat er geen draadje te zien is achter de gaatjes die open moeten blijven. Knip als het nodig is de draad door en plak deze af en begin daarna gewoon opnieuw. Het uiteindelijke patroon wordt gevormd door lege en opvullende openingen. |